Verschenen in de Nieuwsbrief Autonoom Leiderschap (LinkedIn) – 5 oktober 2025
Conflictstijlen van Thomas-Kilmann: wat je autonome zenuwstelsel doet
Thomas-Kilmann’s conflictstijlen bekeken door de lens van het het autonome zenuwstelsel
Stel je voor: je zit in een teamoverleg, de sfeer is gespannen. Een trouwe klant heeft voor de tweede keer geklaagd en het probleem schuift opnieuw van afdeling naar afdeling. Eén collega is er klaar mee en wil doorpakken: “Kom op, dat geouwehoer steeds. We moeten nú knopen doorhakken!” Uitdagend kijkt hij de tafel rond. Jij fronst je wenkbrauwen, je lippen knijpen samen, je nek verstrakt. In je ooghoeken zie je een collega steeds kleiner worden in zijn stoel – nog even en hij verdwijnt in de rugleuning.
Juist op dit soort momenten, wanneer spanning ineens voelbaar wordt, verandert er iets in de dynamiek. Je merkt het in je lijf, in kleine gebaren, in hoe een ander reageert. Meestal gebeurt dit razendsnel, nog voordat je hoofd het heeft opgepikt. Soms ben jij degene die afhaakt, soms zit je juist op de bok. Ons lijf loopt hierin voorop, ons hoofd volgt pas later. Dit heeft alles te maken met ons autonome zenuwstelsel.
Wat bepaalt je conflictstijl echt? Je autonome zenuwstelsel.
Ons autonome zenuwstelsel (AZS) is de onzichtbare regisseur in ieder moment, dus ook in iedere spannende teamdiscussie. Zit het in de chillzone -de staat waarin ons AZS zich veilig voelt- dan hebben we ruimte om te verbinden, helder te denken en creatief met elkaar te zoeken naar oplossingen. Voelt ons zenuwstelsel zich onveilig, dan schiet het uit zijn chillzone en activeert het zijn vecht- en vluchtstaat.
Lopen de gemoederen verder op en wordt de toon scherper en de woorden persoonlijk? Dan kan de toenemende arousal ons zenuwstelsel teveel worden en gaat het bevriezen – we gaan verstarren of verlammen. Verstarren: we verstijven, weten niets meer te zeggen en ervaren paniek. Verlammen: we raken uit contact met onszelf, worden blanco en geven op.
Is ons autonome zenuwstelsel eenmaal getriggerd, dan verandert van het ene op het andere moment niet alleen wat we zeggen, maar ook hoe we klinken, kijken en in onze stoel zitten. Ook wanneer we ons op zo’n triggermoment de regels van veilige communicatie herinneren -en een soort van toepassen- verschuift er dat ene ‘iets’ in de sfeer.
Je collega’s voelen het meteen, ook al kunnen ze het misschien niet benoemen: er komt iets scherps in de lucht, de stemming verstrakt. En zij ook. Jouw woorden kunnen nog steeds neutraal zijn, je stem kan nog steeds vriendelijk klinken en je mond kan nog steeds glimlachen, maar hun zenuwstelsels laten zich niet voor de gek houden. Een getriggerd zenuwstelsel zendt onveilige signalen uit en dit wordt direct opgepikt. Ik noem dit het rimpeleffect: de staat van het ene autonome zenuwstelsel heeft direct invloed op hoe een ander systeem zich voelt en reageert. Onze neurobiologie werkt -vaak onbewust- besmettelijk.
Dit werkt positief wanneer mijn zenuwstelsel in de chillzone zit: het sein in de ruimte gaat op veilig en de andere zenuwstelsels halen vrijer adem. Het effect is negatief wanneer ik in een triggerstaat terechtkom: de veiligheidsradars van mijn collega’s signaleren dat ik bijvoorbeeld in de vechtstand schiet en halen binnen een nanoseconde ook hun wapens tevoorschijn. Ieders autonome zenuwstelsel met zijn veiligheidsradar -wat Porges neuroceptie noemt– bepaalt vervolgens of de gespannen sfeer zich verder opbouwt of dat de verhitte gemoederen afkoelen en we met een creatieve oplossing de deur uitstappen.
Wat gebeurt er als je conflictstijl gestuurd wordt door je lijf?
Nu zijn er heel wat boeken geschreven en modellen ontwikkeld om om te gaan met spannende schaaf- en schuurmomenten. In dit artikel neem ik je mee naar de vijf conflictstijlen van Thomas-Kilmann. Wat zien we wanneer we hier de lens van het autonome zenuwstelsel overheen leggen?
Voordat we erin duiken een nuance: een conflictstijl kan door verschillende staten van ons zenuwstelsel worden aangestuurd. ‘Doordrukken’ kan kalm en in verbinding gebeuren en ’toegeven’ kan stevig voelen wanneer we daar bewust voor kiezen. Op zo’n moment komen deze stijlen voort uit de chillzone. Vaker dan we in de gaten hebben echter, wordt een conflictstijl aangestuurd door een getriggerd zenuwstelsel: we hebben al gereageerd voor we er erg in hebben.
In dit artikel zoom ik in op deze automatische reflexen, zoals ze aan tafel verschijnen zodra het spannend wordt. Ze komen voort uit overlevingsstrategieën, aangestuurd door een getriggerd autonoom zenuwstelsel. En ja, er zijn -ook tijdens een conflict- momenten dat we uit ontspanning en keuzevrijheid reageren. Het groeipad van Autonoom Leiderschap is hierin leren voelen: vanuit welke staat maak ik nu mijn keuze?
Tijd om de verschillende conflictstijlen van Thomas-Kilmann onder de autonome zenuwstelsel-loep te nemen. Bij iedere (getriggerde) conflictstijl lees je een korte interventie om je autonome zenuwstelsel ter plekke te helpen reguleren.
1. Doordrukken / Forceren – wanneer gestuurd door fight
Wat er gebeurt in je lijf: je ogen vernauwen en je blik verhardt, je adem versnelt, je kaken worden strak, er is warmte in je gezicht, je stem versnelt of verscherpt, je overall spiertonus verstrakt. In zenuwstelseltaal: je chillzone gaat offline en je orthosympathicus activeert je systeem.
Een voorbeeld: je leidt een project en een deadline dreigt overschreden te worden. Je voelt de adrenaline door je lijf jagen: “Dit moet nú opgelost worden.” Je stem klinkt scherp, je kapt vragen met een kort handgebaar af en zegt: “Zo gaan we het doen, einde discussie.”
Effect: je team schrikt, gaat in verzet of klapt dicht. Weg verbinding, weg draagvlak.
Zelfregulatie: stop met wat je aan het doen bent. Breng één hand naar je buik, voel de rugleuning van je stoel en je voeten op de vloer. Adem twee tellen in, houd één seconde vast, adem vier tellen uit. Zeg in jezelf: “Ik voel dat ik aan ben.” Doe dit twee keer.
Hoe verder: maak oogcontact, benoem dat je even aan stond en vraag om input van je team.
2. Ontlopen / Vermijden – wanneer gestuurd door flight, soms met een vleugje frantic freeze
Wat er gebeurt in je lijf: je adem versnelt, je hart slaat over en versnelt ook, er is warmte in je gezicht, je krijgt een droge mond. Je stem wordt hoger, je ogen kijken weg, je handen bewegen onrustig. Je romp beweegt naar achter, je schuift heen en weer op je stoel of draait weg. Je benen zetten zich schrap of beginnen te wiebelen, je voeten staan op hun tenen.
Wordt het nog spannender, dan sluipt er een vleugje paniek in: je autonome zenuwstelsel raakt overweldigd en gaat in de frantic freeze. Je hart bonkt, je adem wordt hoog en oppervlakkig, in je hoofd is het chaos. Je ogen schieten van links naar rechts. Je wilt weg én verstijft tegelijk, het voelt alsof je vastgeplakt zit aan je stoel.
Een voorbeeld: tijdens het overleg krijg je onverwacht een directe vraag: “En, wat vind jij ervan?” Je hoofd maakt overuren, je adem stokt en schiet omhoog. Je glimlacht wat, schuift achteruit en mompelt iets vaags.
Effect: de ander merkt het meteen: jullie contact is weg, het gesprek blijft hangen. Soms gaan de nekharen overeind, soms klapt de ander ook dicht. Jij bent uit contact en je team ook.
Zelfregulatie: wiebel met je tenen en duw drie keer met je voeten tegen de vloer: wissel hierin de bal van je voet af met je hiel. Voel je schoenen. Wrijf langzaam en aandachtig met je handen over je bovenbenen. Voel de stof van je kleren. Haal een keer diep adem door je neus en adem uit door je mond. Kijk om je heen en noem drie dingen in de ruimte (‘plant, tafel, raam’ bijvoorbeeld). Ontspan bewust je benen en armen. Voel hoe de zitting van je stoel je gewicht draagt. Zeg eventueel in jezelf “ik ben veilig in mijn eigen lijf”.
Hoe verder: benoem naar je collega wat je opmerkte (“ik werd even overvallen door je vraag”), vraag om verduidelijking of herhaal zelf hardop de vraag zodat je brein weer aan kan haken.
3. Aanpassen / Toegeven – wanneer gestuurd door collapse-shutdown of please-appease
We geven allemaal wel eens snel toe, doen alsof iets ons niet uitmaakt of slikken onze grens in. Onder deze reacties kunnen verschillende zenuwstelselroutes verstopt zitten. We kunnen aanpassen en toegeven vanuit een soort gelatenheid (collapse-shutdown) of vanuit een diepe reflex om de ander tevreden te houden (please-appease). Het lijkt alsof we het beste met de ander voor hebben, terwijl er in werkelijkheid sprake is van een getriggerd of overweldigd zenuwstelsel.
Route 1: Collapse-shutdown
Wat er gebeurt in je lijf: je lichaam voelt zwaar en leeg en je spieren zijn verlamd. Je energie is weg, je hoofd is blanco. Je schouders hangen naar voren, je ruggengraat voelt slap. Je gezicht is vlak en je ogen staren. Je voelt je losgekoppeld van jezelf en het gesprek, alsof jij in een bubbel zit en je collega’s erbuiten. Je hoort vaag nog stemmen (maar niet meer wat er gezegd wordt) of je hoort helemaal niets meer.
Een voorbeeld: tijdens een pittige discussie valt een collega je aan (“Hoe kóm je erbij om dit voor te stellen, denk je nou nooit eens na?!”). Iedereen kijkt je aan en wacht op je reactie. Je wordt heet en koud tegelijk, dan voel je ineens niets meer. Je staart naar de tafel voor je en kan nog net je schouders ophalen. “Oké, laat ook maar.”
Effect: het lijkt of je inbindt en de ander gelijk geeft. Tegelijkertijd is voelbaar dat je uitgecheckt bent, je bent er wel maar je bent er niet. De verbinding tussen jou en je collega is verdwenen, dit geeft onveiligheid en onrust.
Route 2: Please-appease
Wat er gebeurt in je lijf: je lijf is alert, je hartslag licht versneld. Je stem is overdreven vriendelijk of zorgzaam en vaak ‘off’: net te hard of juist iets te zacht. Alles in jou is erop gericht om de ander tevreden te houden. Je registreert iedere gezichtsverandering en iedere micro-beweging in het lijf van de ander. Razendsnel pas je je woorden, je glimlach, je houding hierop aan. Je leunt lichtjes naar de ander toe en zoekt voortdurend oogcontact. Je hebt geen contact met je lijf, gevoel of mening.
Een voorbeeld: je collega klaagt over een gezamenlijke klant. Je voelt je ongemakkelijk door haar emoties en biedt aan haar probleem over te nemen (“Zal ik het anders voor je regelen?”). Wanneer ze nors blijft kijken, geef je haar complimentjes over hoe ze het tot nu heeft aangepakt -net zolang tot ze weer lacht. De pijn in je buik voel je pas als ze weer weg is.
Effect: de ander voelt zich misschien gesteund, maar diep van binnen raak jij steeds verder verwijderd van je eigen behoeften. Je blijft betrokken bij de ander en levert jezelf tegelijkertijd stilletjes in.
Zelfregulatie voor beide routes: beide reacties brengen je uit contact met jezelf. Tijd om dit te herstellen:
- Duw je beide voeten stevig tegen de grond en voel het contact met de vloer.
- Schuur met je rug langs de rugleuning van je stoel.
- Leg een hand op je buik, voel de warmte van je hand en benoem één woord dat je nu ervaart (“moe”, “onrust”, “spanning”). ‘Weet niet’ kan ook.
- Breng je aandacht naar je adem, zonder iets te veranderen. Waar zit je adem: hoog, laag, snel, onrustig of juist minimaal?
- Adem drie keer stevig in door je neus en langzaam uit door je mond.
Hoe verder: neem een time-out en geef aan dat je er later (benoem wanneer) op terugkomt.
4. Samenwerken / Exploreren – chillzone
Wat er gebeurt in je lijf: je adem is rustig en ontspannen, je gezicht is levendig en ontspannen tegelijk en je spieren zijn ontspannen alert. Je hebt een heldere en warme stem. Je borstkas voelt warm en je zit breed en ontspannen op je stoel. In je hoofd is er helderheid en overzicht. Je chillzone is online.
Een voorbeeld: je hebt een verschil van mening met een collega. Jullie luisteren naar elkaars standpunt, vragen door en zoeken naar raakvlakken en oplossingen. Je grinnikt om jezelf en maakt een grapje. Je collega lacht mee. Er is rust en ruimte en jullie nemen allebei je verantwoordelijkheid.
Effect: je beseft dat je prima met deze collega kan discussiëren zonder dat het jullie verbinding onder druk zet. Sterker nog: jullie verbinding is na deze discussie steviger geworden, jullie onderlinge veiligheid is vergroot.
Voorbereiding: voor je het gesprek in gaat, adem drie keer rustig in door je neus en (langer) uit door je mond. Denk aan iets fijns, maak een kleine glimlach en voel hoe dit je chillzone nog extra verstevigd.
5. De middenzone: compromissen sluiten
Soms zit je niet volledig in een triggerstaat en ook niet helemaal in je chillzone. Je wilt verder, de tijd dringt en het is niet het moment om de dingen uit te praten, te verdiepen of te zoeken naar een creatieve, gezamenlijk gedragen oplossing. Dus zoek je -bewust of onbewust- naar een compromis. Niet de ideale uitkomst, maar wel een soort van werkbaar. Dit is de middenzone van Kilmann: een oplossing waar iedereen min of meer mee kan leven.
Wat er gebeurt in je lijf: je voelt een lichte spanning in je spieren en je maag. Je adem zit hoger en je middenrif is aangespannen. Je zit iets naar voren op je stoel, afgewisseld met een kleine beweging naar achter. Je stem is minder warm dan normaal en je keel is net wat strakker. Je voelt lichte druk achter je voorhoofd of in je slapen, de spieren in je nek zijn aangespannen. Je zit in je hoofd.
Een voorbeeld:je team vergadert al te lang over een lastig punt en jullie komen er niet uit. Je ‘plust en mint’ en stelt voor: “Zullen we het voorlopig zo proberen?” Iedereen knikt. Niemand is echt overtuigd, laat staan enthousiast.
Effect:een compromis is vaak praktisch en soms nodig, maar kan ook als ‘half werk’ voelen. Het geeft ruimte voor een volgende stap, maar mist de betrokkenheid, opluchting en enthousiasme van een gezamenlijk gedragen oplossing. Je weet: dit vraagt op korte termijn om een nieuwe check-in, anders broeit het onaffe onder de oppervlakte verder.
Zelfregulatie: neem na het sluiten van het compromis een korte pauze om bij jezelf in te checken. Voel je voeten op de vloer. Adem drie keer rustig in door je neus en uit door je mond. Vraag aan jezelf: voel ik ontspanning of juist een knoop in mijn buik of onrust in mijn borstkas? Ga daarna even van je plek – pak een kop thee of koffie of haal een frisse neus.
Hoe verder: als er iets schuurt, noteer dit. Bepaal voor jezelf wanneer (en bij wie) je er op terugkomt. Zo voorkom je dat je zenuwstelsel in de spanning blijft hangen en kleine oneffenheden grote scheuren worden.
Waarom conflictstijlen niet vast zijn maar bewegen
We denken vaak dat conflicten vooral draaien om inhoud, belangen of de juiste communicatietechnieken. Wie dieper kijkt en voelt, ziet dat de werkelijke regie bij ons zenuwstelsel ligt. Door het Thomas-Kilmann model te bekijken door de lens van het AZS, krijgen we zicht op wat er onder ons gedrag gebeurt. We zien niet alleen hoe we ons gedragen in een conflict, maar ook waarom we in een bepaalde stijl schieten en hoe we deze diepere laag kunnen beïnvloeden. We zien wanneer een conflictstijl voortkomt uit stress, een overlevingsreflex of een oude gewoonte en wanneer deze ontstaat vanuit kalmte, keuze en contact.
Belangrijk, omdat alleen dan een conflict kansen biedt voor écht leiderschap en waarachtige verbinding. Niet langer werken we alleen met ‘hoe los ik dit zo snel mogelijk op’, we kijken ook naar welke staat een stijl aanstuurt. Dit is de uitnodiging die de zenuwstelsel-laag aan het Thomas-Kilmann model toevoegt: conflictstijlen zijn niet vast, maar bewegen mee met hoe veilig ons lijf zich voelt.
Wees eens nieuwsgierig wanneer je merkt dat je steeds in één stijl schiet of dat de sfeer door jouw conflictstijl verstrakt. Kijk onder het gedrag. Zo biedt ieder moment een ingang om het anders te doen: op het moment dat jouw chillzone weer online is, heb je meer keuzevrijheid. Je conflictstijl ontspant en je merkt dat er meer ruimte komt voor samenwerken en exploreren.
Wil je ontdekken hoe je deze zenuwstelsel-laag onder jouw eigen leiderschap kan leren voelen en benutten? Stuur me een berichtje, ik denk graag met je mee.