Zeg gewoon sorry

Terug

“Mijn teamleider zat toch écht fout. Hij had zijn afspraak verkeerd in de agenda gezet. En ík had moeten snappen dat het niet klopte en hem moeten waarschuwen?!”

Mijn coachee steekt zijn armen naar voren, draait zijn handpalmen naar boven en spreidt zijn vingers. Zijn ogen maakt hij groot, zijn wenkbrauwen zijn hoog. Tegelijkertijd steekt hij zijn borstkas naar voren en haalt zijn schouders omhoog. Het is duidelijk, hij was het er niet mee eens. Hij vult aan:

“Ik bedoel, is je excuus maken nou zó moeilijk?!”

Zijn verontwaardiging doet me denken aan een voorval uit mijn tijd als headhunter. Eind twintig was ik en vol enthousiasme bezig met het werven van ict-professionals. In ons bedrijf waren we met twee teams: een team dat de technische managers plaatste en eentje die zich richtte op de commercianten.

En zoals dat kan gaan, visten we soms in elkaars vijver. In dit grensgebied gold één gouden regel: wie het eerst komt, het eerst maalt. Meestal ging het goed. En soms ook niet. Zoals op die ene maandagmorgen in juni.

Ik werkte er inmiddels twee jaar en was lekker op dreef. “Komende vrijdag heb ik een interview staan met die toffe programmamanager. Je weet wel, degene die ook nog eens klantgericht is. Een topper die ik zo al drie vacatures kan aanbieden!” Terwijl ik de telefoon pak, vertel ik het aan mijn collega die tegenover mij zit.

“Hé Brian, hoe is het? Ik bel je nog even om een locatie af te spreken voor komende vrijdag.”

Stilte.

“Uhm… locatie? Gaat het door dan? Ik heb afgelopen zaterdag al een interview gehad met je collega.”

“Met mijn collega?”

“Ja, met Pieter. Tof gesprek, hij had meteen een vacature voor me.”

Pieter is een collega uit het commerciantenteam. Het andere team dus. Bij het horen van zijn naam worden mijn ogen groot en knijpen meteen weer samen. Mijn gezicht verstrakt.

De collega tegenover mij kijkt me vragend aan. Ik schud van nee en draai me half weg van mijn bureau. Buig mijn hoofd en houd met één vinger mijn rechteroor dicht. Even doorvragen.

“Wanneer belde hij je dan?”

“Afgelopen vrijdag, de dag ervoor. Hij was zo enthousiast dat hij meteen wilde schakelen. Dus ik dacht, ja waarom niet. Ik kon toevallig deze zaterdag.”

Ik haal even diep adem. Rustig blijven nu.

“Oké helder, goed dat je je interview al zo snel kon doen. Ik heb waarschijnlijk ook nog wat opties voor je. Ik sluit het wel even kort met Pieter. Je hoort van me, fijne dag!”

Langzaam leg ik de telefoon neer. Draai me terug naar mijn collega. “Dit kan niet waar zijn, die #*@& is er gewoon tussen gesprongen terwijl ik al een interviewafspraak had staan! Wat denkt ‘ie wel niet!?” bries ik tegen mijn collega.

Eerder had ik van een vriendin het advies gekregen om op een moment als dit tot drie te tellen voordat ik actie onderneem.

Te laat.

Voor ik bij ‘drie’ ben sta ik al bij Pieter aan zijn bureau. “Kunnen wij even praten.” Zonder op zijn antwoord te wachten draai ik me om en marcheer naar een spreekkamer.

Twee minuten later. Pieter en ik zitten tegenover elkaar aan de spreektafel. Ik wind er geen doekjes om. “Wat maak je me nou?! Jij hebt afgelopen zaterdag met Brian een interview gehad terwijl ik al een afspraak met hem had staan?!” Niks te ‘vertel eens joh’ of ‘kun je me uitleggen wat er gebeurd is’.

Het gezicht van Pieter wordt uitdrukkingsloos. Hij kijkt weg, haalt zijn schouders op en zegt “Gewoon, ik zag zijn profiel en kon hem meteen matchen.”

Drie-twee-één Dominique.

“Heb je eerst in het systeem gekeken of iemand van ons al een afspraak met hem had staan?” Tegenover me is er opnieuw een schouderophalen. “Nou nee (…) en het stond er trouwens ook niet duidelijk in. Dus heb ik meteen de telefoon gepakt.” Terwijl hij dit zegt trekt hij zijn wenkbrauwen op, tilt zijn kin omhoog en kijkt me langs zijn neus aan.

Boem. In een nanoseconde explodeert mijn maag van woede en voel ik tranen van onmacht achter mijn ogen. Ik druk ze weg. Niet huilen Dominique, no way!

Nu krijgt woede alle ruimte. Mijn kaken zijn vierkant. Mijn ogen spuwen vuur, boren zich in de zijne. “Het stond er niet duidelijk in?! Ben je blind?! En zelfs als dat zo was -wat dus niet het geval is hè- heb je maar gewoon meteen de telefoon gepakt in plaats van te vragen wat ik ermee bedoelde?! Ben je hélemaal van de pot gerukt?!”

Ik haal adem. En nog een keer. Probeer mezelf te kalmeren. Tevergeefs.

Ik zucht nadrukkelijk en kijk hem strak aan. “Geef toe dat je fout zat. Dat je mij de pas af wilde snijden. Zeg gewoon sorry man. Wees een vent.”

Nu kijkt Pieter opzij, het raam uit. Opnieuw haalt hij zijn schouders op. Zwijgt. Zijn gezicht weer volkomen blanco.

Weer volkomen blanco?! Nu knapt er iets in mij. In één beweging sta ik op. Mijn stoel valt op de grond. Ik laat hem liggen. Met mijn handen breed op tafel buig ik me naar hem toe. Mijn stem is laag en vol ingehouden woede. “Jij hebt tegen de regels in mijn kandidaat afgepakt. Dit pik ik niet.” Met een ruk draai ik me om, loop de spreekkamer uit en knal de deur dicht.

Terug naar het gesprek met mijn coachee. Ik vertel hem over dit voorval. “Met de kennis van nu weet ik dat mijn autonome zenuwstelsel op dat moment maximaal in de vechtstand stond. Het zenuwstelsel van Pieter voelde zich daardoor zo onveilig dat het acuut in de vriesstand ging: een uitdrukkingsloos gezicht, wegkijken, schouders ophalen. Zijn vriesstand triggerde mijn systeem vervolgens nog meer. En hoe meer ik tekeer ging, hoe meer zíjn systeem weer bevroor. Twee zenuwstelsels die elkaars triggerstaat versterkten.”

Ik ben even stil. Kijk mijn coachee aan. “Wanneer ons autonome zenuwstelsel uit zijn chillzone gaat en -zoals in dit voorbeeld- gaat vechten of bevriezen, gaat acuut de verbinding met de ander down. En daarmee alle communicatie. En er gebeurt meer. Twee triggerstaten versterken elkaar. De sfeer wordt binnen een paar seconden zo onveilig dat ons denkbrein niet meer in staat is om rustig te reflecteren op wat er gebeurd is. Laat staan dat we onze verantwoordelijkheid kunnen nemen en onze excuses kunnen maken.”

Mijn coachee kijkt even voor zich uit. Fronst. “Dus jij zegt dat wel of geen excuus kunnen maken aan ons autonome zenuwstelsel ligt?”

Ik knik. Denk nog eens terug aan die maandagmorgen in juni.

“Ja. Met de kennis van nu weet ik dat mijn systeem toen in vechten zat, waardoor het systeem van Pieter in bevriezen schoot. En in dat bevriezen is excuses maken niet aan de orde. Excuses maken vraagt om een helder denkbrein, eigen verantwoordelijkheid nemen én in verbinding zijn met de ander. In een triggerstaat als bevriezen kun je hiernaar fluiten. In de vechtstand ook trouwens.”

Ik denk even na. Dan: “Had ik dit toen geweten dan had ik eerst mijn emogolven gesurfd en daarmee mezelf gereguleerd. Dan was ik niet meteen naar hem toegestormd en was het gesprek heel anders verlopen. Met of zonder excuus.”

De coachee naast me is weer even stil. Dan: “Ja… nou dat surfen op zo’n moment is makkelijker gezegd dan gedaan.”

Ik knik. “Zeker weten. Om dat op zo’n triggermoment te kunnen is een stevige chillzone nodig. En dat vraagt training en tijd. Pas wanneer onze chillzone groot genoeg is, kunnen we deze intense emogolven surfen. En hoeven we ze niet meer af te reageren zoals ik deed, of een ander de schuld te geven van onze eigen fouten zoals je teamleider deed. Dan kunnen we ook op zo’n moment rustig in verbinding blijven, onze eigen verantwoordelijkheid nemen en waar nodig een oprecht excuus uitspreken. Pas dan dus hè.”

Hij zucht. “Nou dan is er voor mij nog aardig wat chillzone-werk te doen. Ik kan van het ene op het andere moment echt zó boos worden. Zeker wanneer iemand mij onterecht de schuld geeft en zijn excuses niet maakt.”

Ik glimlach. “Stap voor stap, dit is pas de intake hè.”

“Hm, ja. En hoe is het afgelopen tussen die collega en jou?”

“Mijn collega heeft de kandidaat geplaatst en mijn manager heeft de provisie laten splitsen. Verstandige beslissing. Zeg ik nu. Toen vond ik er wat van.”

Mijn coachee grinnikt. Tijd om af te ronden.

Volgende keer een volgende stap.