Verstrooid

Terug

“Let eens op!”, “Waar bén je met je gedachten!?” of deze “Vertel ons eens even: wat is het antwoord?”

We hebben het als kind vast allemaal wel een keer gehoord. Of vaker, als je Dominique heet. Met -in mijn geval- een heet gevoel van schaamte, rode wangen en gestamel als reactie wanneer ik tijdens een rekenles weer eens betrapt werd op uit het raam staren.

Gaandeweg mijn schooltijd ontwikkelde ik een hyperfocus waardoor ik uren kon studeren en netjes mijn diploma’s haalde.

“Jij kan je tenminste supergoed concentreren, ik heb dat niet van nature”, klaagde een collega studente toen we op een terras in Breda ons laatste tentamen vierden en zij nog een her in het verschiet had. Wat ik haar niet vertelde, was dat ik mijn hyperfocus met vloeken, tieren en tranen erin had gedrild en dat het daarmee ook zo zijn nadelen had.

Hoe zit dat nu met aandacht? Kunnen we dat in onszelf en een ander afdwingen? Of is het -zoals mijn medestudente verongelijkt zei- inderdaad een aangeboren eigenschap?

Gabor Maté vertelt: niemand van ons wordt met aandacht geboren. Net als taal is ‘aandachtig zijn’ een vaardigheid die we al vroeg beginnen te ontwikkelen.

Een ontwikkelen dat, verrassend genoeg, hand in hand gaat met onze emotionele ontwikkeling.

Onze vaardigheid om aandacht aan iets te schenken begint zich als baby al te ontwikkelen. De belangrijkste factoren hierin zijn de veilige hechting aan en de emotionele afstemming op de primaire verzorger. Blije interacties tussen ons en onze verzorger wekken in ons baby- en peuterbrein opwinding en motivatie op als gevolg van een flinke endorfine- en dopamineboost.

Dit werkt door in onze aandacht voor onze omgeving. Tijdens zo’n positieve interactie met onze verzorger krijgen we bijvoorbeeld als onderprikkelde kleuter weer energie. We krijgen interesse in onze omgeving en gaan op verkenning uit. Onze eerder ongerichte aandacht verandert in gerichte aandacht.

Zo ontwikkelt onze aandacht zich in eerste instantie als een activiteit van onze hersengebieden die emoties verwerken. Hierdoor zullen emoties de basis van onze aandacht blijven, ook als ons bewuste denken zich verder ontwikkelt. Of we nu kind zijn of volwassen: een ervaring van positieve hechting bevordert ons concentratievermogen en angst ondermijnt het.

Even terug naar onze kindertijd. Wanneer veilige hechting en emotionele afstemming er (te vaak) niet waren, heeft onze aandachtvaardigheid zich in de basis niet goed kunnen ontwikkelen. Met een verstrooid brein als gevolg.

Het goede nieuws is dat we deze vaardigheid alsnog kunnen ontwikkelen. En dan niet met vloeken, tieren en tranen zoals ik dat deed, maar door gebruik te maken van ons lijf en ons autonome zenuwstelsel.

Hoe dit werkt?

Door ons autonome systeem en zijn emoties te leren reguleren, zal onze chillzone groter worden. In deze chillzone is ons denken vanzelf kalm, helder en gericht. En is er rustige aandacht in plaats van hyperfocus of snel afgeleid zijn.

Ben jij een coach, trainer of therapeut en ben je benieuwd hoe subtiel lichaamswerk vanuit het autonome zenuwstelsel jouw cliënten kan helpen in het versterken van hun aandacht?

Dan ben je van harte welkom bij de dagworkshop van aanstaande donderdag 19 januari. Er zijn nog een paar plaatsen vrij.