Flow of overdrive?

Terug

“Wacht… zit ik dan lekker in de flow of juist in de overdrive?” Vanaf het scherm kijken zijn grijze ogen me half vragend, half fronsend aan. Ik glimlach en knik. Toffe vraag.

Een half uur geleden begon ik met deze youngster zijn YAAL-interview (Young Adult Autonomy Lab) en al pratend kwamen we bij de burn-out die hij vier jaar geleden tijdens zijn studie heeft gehad.

Hij gaat verder. “Ik bedoel, niks lekkerder dan in die flow zitten. Dan doe ik het ene na het andere en alles lukt.”

Ik knik nog eens. “Toffe vraag! Met deze opmerking raak je precies de dunne lijn tussen flow en overdrive.”

Ik ben even stil en denk aan een eureka-moment van een paar maanden geleden. In mijn onderzoek naar het werken met ons autonome zenuwstelsel kwam ik tot de conclusie dat er in de triggerstaten zoals we die nu kennen -vechten, vluchten en bevriezen- een belangrijke subtriggerstaat ontbrak.

Een subtriggerstaat die ervoor zorgt dat we áán blijven, ook al zijn we moe. Die maakt dat we blijven nadenken over een oplossing, ook al vertellen we onszelf dat we het beter ‘even los kunnen laten’. Of, zoals in het geval van deze youngster, die ervoor zorgt dat we mee blijven bewegen in die lekker-bezig-flow-vibe en niet in de gaten hebben dat onze fysieke pauzeknop van slag raakt.

Ik heb deze subtriggerstaat de ‘overdrive’ genoemd. In het fluïdum van ons autonome zenuwstelsel vinden we hem in de piek van de vecht- en vluchtstaat.

Onder invloed van deze overdrive kunnen we een onweerstaanbare drang tot actie ervaren. We maken onrustige en hoekige bewegingen en houden ondertussen onze kaken op elkaar geklemd. Onze adem zit hoog. Onze ogen staan fel, kijken schichtig om zich heen (of juist strak vooruit) en onze gezichtspieren zijn gespannen. En pauze houden? Ho maar.

Hoe komt ons autonome zenuwstelsel in deze overdrive terecht?

De triggerstaten vechten en vluchten zijn door ons autonome zenuwstelsel bedoeld als kortdurende ‘verdediging’. Wanneer we hier te vroeg, te vaak of te lang inzitten kan ‘ie er in blijven steken. De activatiestand blijft aan, het gaspedaal blijft hangen.

En dit werkt weer door in ons lichaam. Ons hormonale systeem raakt van slag en komt in een adrenalineloop terecht. Vecht- en vluchtstofjes blijven door ons fysieke systeem stromen, waardoor de veiligheidsradar van ons autonome zenuwstelsel voortdurend het signaal onveilig krijgt. Hierdoor wordt onze vecht- of vluchtimpuls sterker. We schieten door in de overdrive.

Ik zie deze overdrive als een bron van burn-out. Door die constant stromende vecht- en vluchtstofjes raakt ons natuurlijke actie- en rustritme offline. En meer: we verliezen contact met ons lichaam, onze zelfzorg en onze grenzen.

Tijd voor het goede nieuws.

Nu we deze substaat kunnen herkennen en voor onszelf in kaart kunnen brengen, kunnen we ook beginnen met haar te reguleren.

Alvast een paar tips:

  1. Zodra je de overdrive opmerkt, stop je tien tellen met wat je aan het doen bent. Helemaal hè, dus alles neerleggen en even letterlijk stilstaan of gaan zitten. Merk op waar je adem zit en wat er verder in je lijf gebeurt. Doe er niets mee.
  2. Stop met wat je aan het doen bent en ga een kwartier of half uur iets totaal anders doen. Een eenvoudig klusje waarmee je je oververhitte brein afleidt en je lichaam zonder al te veel inspanning bezighoudt.
  3. Onderbreek waar je mee bezig bent en maak, samen met je favoriete muziek of een interessante podcast, een stevige wandeling.

Spoileralert: de woorden ‘opmerken’, ‘stoppen’ en ‘onderbreken’ bestaan niet in het woordenboek van de overdrive. Vind dus jouw manier om jezelf hierin te begeleiden. Zet bijvoorbeeld om het uur een wekker voor een kort checkmoment. En houd dit een paar weken vol, ongeacht of je meteen resultaat ziet.

Nog even terug naar het YAAL-interview. Ik vertel de youngster voor me over mijn bevindingen. “Of we wel of niet kunnen opmerken, stoppen of onderbreken is meteen ook een belangrijk verschil tussen onze flow en onze overdrive: in de flow lukt het ons prima, in de overdrive is het een stuk lastiger.”

Ik ben even stil. Dan: “Logisch, want onze flow is alleen online wanneer ons autonome zenuwstelsel in zijn chillzone zit. In die chillzone is ons brein opmerkzaam en hebben we goed contact met ons lichaam. In de overdrive is ons zenuwstelsel getriggerd en lukt dat een stuk minder goed.”

Het jonge gezicht voor me knikt. Denkt na. Fronst. “Oké, oké… maar wat nou als me dit ook na een paar weken nog niet lukt? En wat als zo’n wekker niet helpt en dat gaspedaal in mij maar blíjft hangen?”

Ik glimlach. “Dan stuur je me een appje en kijken we of er meer meespeelt. Misschien zit er een dieperliggende aanjager onder in de vorm van oude opgeslagen survival stress. Dan is een stukje Embodiment coaching nodig. (…) Voor jou is dat voor niks hè, je helpt me enorm met dit interview.”

Een vrolijke glimlach op het scherm. “Oké, vet!”