Dappere dodo

Terug

“Ik ben bang Dominique”. Drie dagen geleden ging haar jaarlijkse controle anders dan verwacht. En nu is het twee -lange- weken wachten op de uitslag. Te lang voor haar, dus belde ze gisteren voor een consult. Ze kijkt me aan en meteen weer opzij. “Dit is moeilijk. Deze angst zo voelen. Dit is echt andere koek dan mijn boosheid voelen. Of mijn ongeduld.”

Ik knik. “Zeker weten. Angst is voor het autonome zenuwstelsel één van de moeilijkste emoties die er is omdat het direct over overleven gaat.”

Even is ze stil. Dan: “En ik blijf maar bezig, ik kan niet stoppen met dingen doen. Als ik stil zit, ga ik denken ‘wat nou als het niet goed is.’ En dan denk ik steeds ergere dingen. En raak ik in paniek.” Haar lippen knijpen samen. Rode vlekken in haar hals laten zien dat emoties omhoog komen en eruit willen. En worden tegengehouden.

Voor nu laat ik het even. Belangrijk om eerst haar opmerking over malende gedachten op te pakken. “Malende gedachten zijn een signaal van een getriggerd zenuwstelsel. Het vervelende is dat ze zichzelf versterken en aan de gang houden.” Ze knikt. “Dat bedoel ik. Als ik mezelf afleid met iets, dan helpt dat maar voor even. Zodra ik daarmee klaar ben begint het piekeren weer. En denk ik ‘wat nu als…’”

Dit is een mooi aanknopingspunt voor een oefening.

“Neem deze wat-nu-als-gedachte in je aandacht.”
“Nu?!”
“Ja nu, dan help ik je om hem te doorbreken.”
“Moet ik hem vertellen?”
“Nee hoor. Ga rustig voelen wat er in je fysieke systeem gebeurt terwijl je deze gedachte herhaalt.”

Ze concentreert zich. Ademt vier tellen in en zes tellen uit. Dan stokt haar adem, ballen haar vuisten en vertrekt haar gezicht. “Ik ben zó bang dat het fout is Dominique.” Hulpzoekend kijkt ze me aan.

Ik knik. “Voel dit maar, deze angst. Waar zit het in je lijf? Misschien voel je het ergens in je spieren of in het stokken van je adem. Of in je buik. Ga rustig voelen waar je het opmerkt.” Mijn stem en aandacht zorgen ervoor dat haar autonome zenuwstelsel zich veilig genoeg voelt om te ontspannen zodat ze -beetje bij beetje- haar lijf kan gaan voelen.

We gaan verder. “Hoe weet je dat je fysieke systeem bang is?” “Mijn maag knijpt samen en mijn buik doet zeer.” Terwijl ze dit zegt slaat ze haar armen om haar buik en buigt voorover op haar stoel. “Goed zo, je fysieke systeem begint mee te praten. Dit is waar we naar op zoek zijn. Geef maar mee. Welke impuls is er nu?” Ze schudt haar hoofd, perst haar lippen op elkaar en begint te wiegen. Ik blijf even stil en laat haar lichaam zijn ding doen. Dan:

“Wat zegt deze nee?” “Ik weet het niet.” Haar denkbrein is even uit. “Oké, blijf rustig doorgaan met wiegen. Je lijf is bezig, het weet precies wat het nu nodig heeft.”

Langzaam wordt het wiegen minder. Haar schouders ontspannen. Vervolgens haar armen. Dan richt ze zich op. Verrast kijkt ze me aan met een opgelucht: “Ik voel niks meer.”

Ik snap dat ze dat zegt. Ze denkt oprecht dat er niks meer is. Maar de rode vlekken in haar hals aan het begin van haar sessie vertelden een ander verhaal. Dus we gaan nog even door.

“Zullen we nog één oefening doen om te kijken of je systeem helemaal klaar is met kletsen?” Weg is de opluchting. Met een bleek gezicht knikt ze ja. Dappere dodo.

“Leg je rechterhand op je hart en je linkerhand op je linkerwang. Voel ze allebei evenveel. Adem rustig vier tellen in en zes tellen uit. Iedere keer wanneer je uitademt, laat je je hoofd een stukje meer op je linkerhand leunen. Toe maar.”

Handen. Ademen. Leunen. Handen. Ademen. Leunen. En nog meer leunen. Langzaam ontspant haar gezicht. Dan beginnen haar mondhoeken te trillen. Haar wenkbrauwen knijpen samen, dan haar ogen. Haar hele gezicht wordt een grimas van verdriet. “Rustig blijven ademen. Het gaat prima. Door deze oefening ontspant je autonome zenuwstelsel. Nu kan het de emoties van eerder deze week op laten komen zodat ze uit je systeem kunnen. Rustig laten gebeuren. Je zenuwstelsel weet precies wat het moet doen.”

Stille tranen beginnen over haar wangen te rollen. “Goed zo, je hoeft ze alleen maar toe te staan, meer hoef je niet te doen.” Een snik. En nog eentje. Haar zenuwstelsel reageert op haar rustige aandacht en schakelt nu ook haar stembanden in. “Blijf allebei je handen voelen en naar je stem luisteren. Meer is niet nodig. Deze golf van verdriet golft zich vanzelf uit.” Nu krijgen haar schrik en verdriet helemaal de ruimte.

We zijn een paar minuten verder. De jonge vrouw tegenover me is weer stil. Haar wangen hebben een blos gekregen, haar gezicht is weer zacht en haar hoofd ligt ontspannen in haar linkerhand. “Geef maar een seintje wanneer je voelt dat deze golf helemaal is uitgegolfd.” Een diepe zucht. En nog eentje. Ze knikt. Klaar.

“Wat is de sfeer in je systeem?” “Stil en rustig.. en opgelucht.” Ik wil dat haar denkbrein ook mee kan: “Hoe weet je dat?” “Mijn buik is ontspannen, in mijn hoofd is het stil en het is veel ruimer in mijn borstkas.” Dan met een glimlach: “Ik voel me zoveel lichter nu!”

Mooi. Nu haar autonome zenuwstelsel weer gekalmeerd is en haar denkbrein weer helder, is het tijd voor wat meer uitleg. “Emoties die we hebben maar die we in het moment zelf niet willen -of kunnen- voelen, drukken we weg. Wat we niet weten, is dat daarmee de spanning in ons fysieke systeem toeneemt en ons denken wordt geactiveerd. Dit is geen helder denken dat onderscheid maakt en overzicht heeft. Het is emotioneel denken. Een vorm van denken die niet uit zichzelf stopt. Sterker nog: het wordt -als je het niet in de gaten hebt- alleen maar erger. Je onderdrukte emotie is hiervan de benzine.”

“Hoe doorbreek ik dit dan? Gewoon tegen mezelf zeggen dat ik ermee moet stoppen helpt niet.” “Dit doorbreek je door de oefening die je net deed. Van de week was de schrik je systeem even teveel: je zenuwstelsel duwde deze schrik weg en dan blijft het je emotionele wat-nu-als-denken aanjagen. Nu heb je je schrik alsnog gevoeld en is de emotiegolf ervan uit je systeem. En is het weer rustig in je hoofd.”

Tijd om af te ronden. “Doe deze oefening wanneer je merkt dat je weer piekert. Het is een signaal van je zenuwstelsel dat er een nieuwe emotiegolf uit je systeem wil. De rest van de tijd richt je je aandacht op andere dingen: Op je to do’s. Op fysiek bewegen. Op fijn gezelschap en leuke dingen doen.”

Twee weken later stuurt ze me een berichtje. Goed nieuws.